Paganweb


De Godin Asherah

Gepubliceerd op 20 maart 2026


De Godin Asherah was een belangrijke godin in de oude Noordwest-Semitische culturen, vaak geassocieerd met vruchtbaarheid, moederschap en heilige (voedende) bomen. De oudste vermelding van de Godin Asherah (Atherat) dateerd van de 18de eeuw voor het begin van onze jaartelling. Een levende (heilige) boom kan de Godin Asherah representeren en de Godin Asherah word ook als een stylistische boom afgebeeld; een 'Asherah paal'.
De Godin Asherah werd soms ook Elat genoemd; de vrouwelijke equivalent van de God El.
De Godin Elat word in oude inscripties soms symbolisch afgebeeld als of met een boom.
De Godin Asherah/Elat droeg titels zoals "Heilige", "Vrouwe", "Vrouwe van de berg", "Vrouwe van de steppe", "Vrouwe van de Zee", "Vrouwe die de Zeeslang vertrappelt", "Bruid van de Hemel­koning", "Meesteres van seksuele kracht en genot" en "Moeder van de Goden".
De betekenis van de naam Asherah wordt wel geduid als "Zij die de Zee doorkruist" of "Heiligdom bij de Zee". De naam Ashera komt van de stam 'srt wat 'heilige plaats' of 'heiligdom' betekend, wat een duiding van de naam Asherah geeft als "Zij van het heiligdom / Zij van het heilige". Ik kwam ook "Zij die de dag bepaalt" tegen als betekenis van Haar naam.
De God El was oorspronkelijk een Kanaänitische godheid en de oppergod van de oude Kanaäni­tische religie. De God El wordt vaak beschreven als de vader van de goden en de schepper van de mensheid. In het Hebreeuws gebruikt men het woord 'El' voor god, het meervoud van 'El' is 'Elohim', in het oorspronkelijke Hebreeuws: אלהים, wat 'goden' betekend.
De God El en de Godin Elat/Asherah waren de ouders van de God Baäl, die gehuwd was met zijn zus de Godin Anat, die later gelijkgesteld werd met de Godin Astarte. De Godin Elat/Asherah wordt ook wel gelijkgesteld met de Ugaritische Godin Athirat.
In tabletten uit de 14de eeuw voor het begin van onze jaartelling gevonden in Amarna, worden zowel de Godin Asherah als de Godin Astarte genoemd, waarbij deze twee godinnen soms door elkaar gehaald worden; iets wat we later ook in de Tenach tegenkomen.
Inscripties uit de 7de eeuw voor het begin van onze jaartelling laten zien dat de Godin Asherah in die periode ook in Palestina nog vereerd werd. Tevens zijn er in Palestina/Judea honderden beeldjes gevonden uit de 6de en 7de eeuw voor het begin van onze jaartelling die Godinnen voorstellen, waaronder Asherah  (foto linksboven).
De beeldjes met de prominente borsten zonder verdere geslachtskenmerken zoals een vulva representeren de voedende moedergodin. Bij de beeldjes met prominente borsten én vulva zou men eerder aan een vrucht­baar­heids­godin denken.
 (Geraadpleegde bronnen:  Barker 2012 Blz.80-82,  Becking & Dijkstra Blz.25-27, 42-44, 68, 70-71, 104,  vd.Bosch Blz.21-23, 125, 390-391,  Day Blz.47-48, 56-57, 61-62, 99-100,  Dever Blz.100-101, 176-181, 185-189,  Hadley Blz.43, 49-53, 157-158, 191-192,  Kosnik Blz.7,  Patai Blz.37-39, 41, 53,  Smith Blz.55-56,  Stavrakopoulou Blz.185-186,  Wiggins Blz.44-45, 240-241, 243-244,  Academia.edu,  Britannica.com,  Mainzerbeobachter.com - Anat/Astarte,  Wikipedia:  Amarna,  Asherah,  Astarte,  YouTube:  Journal - History Documentaries  en  Justin Sledge - Esoterica).



Asherah/Athirat en Baäl
In het epos van Keret (1500-1200 voor het begin van onze jaartelling) heeft Athirat en kleine rol en is Baäl een zoon van de God Dagan. Keret is een koning die nog geen nakomelingen heeft. De God El adviseert hem in een droom om een offer te brengen aan Baäl, de zoon van Dagan, en ten strijde te trekken tegen koning Pabil van Udm, zodat Keret zou kunnen huwen met Pabil's dochter Huray. Onderweg stopt Keret bij een heiligdom alwaar hij een gelofte doet aan de Godin Athirat indien hij succesvol zou zijn. Keret is vervolgens succesvol maar houd zijn gelofte aan Athirat niet. Keret word hierdoor op een gegeven moment ernstig ziek, waarop zijn vrouw Huray regelt dat anderen het gevraagde offer aan Athirat geven. Doch de God El grijpt in een zorgt dat Keret geneest en het koningschap weer op zich kan nemen. In dit epos wordt de Godin Athirat tevens als Elat aangeduid. Elat betekend echter "Godin", zodat men goed naar de context moet kijken om te kunnen zeggen welke godin bedoelt wordt. Dat is de ene keer Athirat en een andere keer Haar dochter Anat.
Het epos van Keret wordt wel vergeleken met het verhaal van Helena van Troje.
Kleitabletten gevonden in Ugarit (in het huidige Syrië) daterende van 1300-1100 voor het begin van onze jaartelling beschrijven o.a. het epos rond de God Baäl, hier een zoon van de God El.
Nadat Baäl een strijd met de God Yam gewonnen had, wil Baäal niet langer inwonen bij z'n ouders de God El en Godin Athirat en wil hij een eigen paleis zoals de andere goden die ook hebben. Baäls partner Anat probeert dit ver­vol­gens zonder succes bij de God El af te dwingen.
Hierna richt Baäl zich via een boodschapper; "de vissersman van Athirat" tot z'n moeder de Godin Athirat.
De verslagen God Yam was een god van de zee en hier zien we een connectie van Athirat met de zee via deze vissersman van Athirat. In dit epos is er ook sprake van boodschappers die door Athirat naar Baal waren gezonden, waarin men spreek van Vrouwe Athirat van de zee.
De Godin Athirat pakt het diplomatieker aan dan Anat, waarna de God El groen licht geeft voor de bouw van het paleis van Baäl.
De Godin Athirat vervuld hier dus een bemiddelende rol tussen de God El en hun gezamenlijke kinderen.
 (Geraadpleegde bronnen:  vd.Bosch Blz.100-101, 134-135, 193-195, 216-220, 236-237,  Day Blz.91-,  Hadley Blz.39-43,  Smith Blz.45-46, 55-56, 64,  Wiggins Blz.25-33, 42-51, 70-74,  Wikipedia:  Keret legend,  Baal,  Baal cycle,  YouTube:  Justin Sledge - Esoterica).



Asherah in de Tenach
Asherah komt totaal 40 keer voor in de Tenach, verspreid over negen boeken. In het boek 2 Koningen 21:7 lezen we hoe Koning Manasse van Judea een beeld van de Godin Asherah in de Tempel van Jeruzalem plaatste. Er werden ook gewaden voor de Godin Asherah geweven  (zie 2 Koningen 23:7), en in 2 Koningen 23:4 lezen we dat deze beelden van Asherah en van Baäl uit de Tempel van Jeruzalem verwijderd worden. In de boeken 1 Koningen 15:13 en 2 Kronieken 15:16 lezen we hoe Asa zijn groot­moeder Koningin Maächa afzet omdat ze een beeld van de Godin Asherah had gemaakt, welke door haar kleinzoon Asa vervolgens in stukken gehakt werd en vervolgens verbrand; het was blijkbaar een houten beeld. In het boek 1 Koningen 18:19 lezen we over de 450 profeten van Baäl en de 400 profeten van Asherah. Even verderop lezen we in 1 Koningen 18:21-40 dat de bijeengeroepen profeten werden getest en dat de 450 profeten van Baäl faalden en afgeslacht werden. We lezen geen woord over de 400 profeten van Asherah, blijkbaar kwamen die wel goed door deze test, wat men blijkbaar niet wou benoemen.
Men heeft de Godin Asherah vaak ook wegvertaald als 'gewijde paal', waar oorspronkelijk 'Asherah paal' staat, zoals bijvoorbeeld in de boeken Exodus 34:13,  Deu­ter­ono­mium 7:5  en  16:21,  Richteren 3:7  en  6:25-30,  1 Koningen 14:15  en  16:33,  2 Koningen 13:6,  17:10,  17:16  en  21:3,  2 Kronieken 33:3,  33:19  en  34:3, 4 en 7,  Jeremia 17:2,  Jesaja 17:8  en  27:9.
Bij de Godin Nut (Noet) zien we op een oud Egyptische zegel dat haar naam zowel bij een afbeelding van de Godin als op een boom waar ze naast staat geschreven is, dus zowel de Godin als de boom die haar representeerd werden wel aangeduid met de naam van de Godin  (zie Hadley Blz.7, 153).
Dus een 'Asherah paal' representeerd de Godin Asherah, ook wanneer men spreekt van Asherah zoals in 2 Koningen 23:4, waar immers ook sprake is van Baäl, waarvan niemand denkt dat men daarbij de God Baäl niet bedoeld. Het zijn geen totaal verschillende zaken wanneer men over de Godin Asherah spreekt of over een beeld danwel paal die gewijd is aan de Godin Asherah.
Het bestrijden van de eredienst van Baäl en Asherah was niet zonder risico, toen Gideon het altaar gewijd aan Baäl en de paal gewijd aan Asherah vernietigd had, kwam het volk in opstand en wou hem met de dood straffen  (zie Richteren 6:25-30).
We lezen in de Tenach dat zowel de God Baäl als de Godin Asherah vereerd werden, doch in de bovengenoemde teksten zien we dat de 450 profeten van Baäl vervolgd en gedood werden, terwijl men de 400 profeten van Asherah ongemoeid liet. De Godin Asherah werd zeker gedurende zes eeuwen in Judea/Kanaän vereerd; vanaf de verovering van Kanaän tot de Babylonische ballingschap. Dit was een doorn in het oog van de Yahwehisten, die echter soms de verering van de Godin Asherah ongemoeid lieten  (2 Koningen 13:6 en 11 terwijl de eredienst rond Baäl vaker bestreden leek te worden. De God Baäl word dan ook vaker dan de Godin Asherah genoemd in de Tenach: 77 maal, terwijl Asherah 40 maal genoemd wordt.
Hoewel de Godin Asherah herhaaldelijk in de Tenach genoemd word, lezen we nergens dat de Godin Asherah als de partner van El/Jahweh gezien werd, hoewel een gezamenlijke verering van Asherah naast Yahweh in de tempel dit wel suggereert.
Echter, bij archeologische opgravingen in Kuntillet ´Agrud vond men brieven uit de periode van 930 tot 580 voor het begin van onze jaartelling waarin we o.a. in het brievenhoofd begroe­tin­gen en zegeningen vinden in naam van 'Jahweh en zijn Asherah'.
Op een graftombe in Hebron uit de 8ste eeuw voor het begin van onze jaartelling komen we ook een inscriptie tegen die 'Jahweh ..... en zijn Asherah' noemt. Vanuit de Tenach kennen we dus de Godin Asherah, die in voor-Bijbelse tijden de gezellin van de God El was, die later samenvloeide met de God Jahweh. In Exodus 6:2-3 zegt God dat Hij bij Abraham bekend was als El-Shadday (= God Almachtig), maar aan Mozes maakt Hij Zijn naam bekend: Jahweh (HEERE). De God El wordt hier dus Jahweh. Uit archeologische vondsten weten we dat na het samengaan van de God El en de God Jahweh, de Godin Asherah diens partner bleef. (Asherah is de vrouw van Jahweh's vader El, en wellicht zijn moeder, lijkt me iets voor Freud). In het oude Israelische volksgeloof vereerde men de God Jahweh en zijn partner de Godin Asherah.
 (Geraadpleegde bronnen:  Barker 2012 Blz.121-122,  Becking & Dijkstra Blz.11, 16-19, 21-22, 26-27, 31, 35, 48-49, 60-63, 104,  vd.Bosch Blz.403-404,  Day Blz.13-15, 42-46, 49-52, 59-60, 68,  Dever Blz.101-102, 132, 197-202, 211, 257-260,  Frymer-Kensky Blz.153, 156-160,  Hadley Blz.54-55, 64-67, 85-86, 116-120, 122, 125, 130, 134,  Patai Blz.37-39, 42-45, 52-53,  Smith Blz.47-49, 73-74, 141-144,  Stavrakopoulou Blz.186-187, 315,  Stavrakopoulou/Barton Blz.,  Wiggins Blz.240-241, 243-245, 280,  Academia.edu Stéphanie Anthonioz,  BBC.co.uk,  BiblicalArchaeology.org,  Britannica.com,  deBijbel.nl - Asjera,  deBijbel.nl - El en JHWH,  Historia.nl,  Historiek.net,  JWA.org,  KD.nl,  Mainzerbeobachter.com - Anat/Astarte,  mdpi.com,  Scientias.nl,  Theologie.nl,  Time.com,  Wikipedia: Asherah,  El (deity),  Elohim,  Jahweh,  YouTube:  Emory University - Prof. W.G. Dever  en  Esoterica - Justin Sledge - Asherah  &  Jahweh).



Asherah Beeldjes
Kunstenares Marieke Ploeg had in 2023 een tentoonstelling in het Bijbels museum bestaande uit drieduizend beeldjes van de Godin Asherah. De tentoonstelling was een onderdeel van haar project rond "Asherah's terugkeer".
Vele vrijwilligers hebben meegeholpen met het maken van de beeldjes, waaronder pagans maar ook christenen en zelfs een dominee. Echter, slechts één intolerante christelijke vrouw vond haar mening meer waard dan dat van vele anderen en kwam speciaal naar het museum om de Asherah beeldjes met geweld te vernielen.
In diverse boeken van de Tenach, zoals o.a. Exodus 34:13 word opgeroepen om beeltenissen van andere Goden en Godinnen te vernielen. De vrouw werd veroordeeld om de proceskosten te betalen en kreeg een taakstraf, waarbij de rechter haar tevens erop wees dat een meer Christelijke handelswijze in het boek Markus 6:11 te lezen is: lokatie's die je niet bevallen vermijden. De vrouw toonde echter geen enkele spijt en zou haar destructieve handelswijze vanuit haar arrogante minachting voor mensen met andere zienswijzen kunnen herhalen... De vandalistische daad van deze vrouw had als positieve uitwerking echter wel dat de Godin Asherah weer volop aandacht kreeg in diverse media!
En dat was nu net de bedoeling van het project "Asherah's terugkeer" van Marieke Ploeg!
 (Geraadpleedge bronnen:  Bijbelsmuseum.nl,  Historiek.net,  MariekePloeg.nl)



De Koningin der Hemelen
In de Tenach komen we tevens 'de Koningin der Hemelen' tegen. In het boek Jeremia 44:15-23 uit de 6de eeuw voor het begin van onze jaartelling lezen we dat het volk reuk- en plengoffers aan de Koningin der Hemelen bracht, zoals ze dat al vele generaties deden, waarop ze het goed hadden en overvloedig brood hadden. Toen ze hiermee stopten kregen ze echter tekorten, wat bij hen de vraag opriep of dit nu kwam omdat ze met offergaves voor de Koningin der Hemelen gestopt waren of omdat Jahweh dit niet langer tolereerde. Tot Jeremia opdook ging alles immers prima en sinds hij er is zijn er tekorten, is de strekking van deze opmerkelijke Bijbeltekst.
Men identificeert deze Koninging der Hemelen wel met Astarte, die vaak gelijkgesteld/verward word met Asherah.
In het Tenachboek 2 Koningen 23:4 worden Baäl en Asherah in één adem genoemd met de Hemelse leger­scharen. De Godin Asherah kent een lange geschiedenis van verering in de tempel van Jeruzalem, zoals ook deze Koningin der Hemelen. Een van de titels van de Godin Asherah is "Bruid van de Hemelkoning", zodat men haar tevens "Koningin der Hemelen" kan noemen.
De verering van deze Koningin der Hemelen uit de Tenach is later in het Christendom 'gelegaliseerd' in de vorm van de verering van Maria als de Koningin der Hemelen.
 (Geraadpleegde bronnen:  Barker 2012 Blz.7, 21, 120-121,  Barker 2023 Blz.24-25, 58,  Becking & Dijkstra Blz.45-46,  Day Blz.47, 131, 144-150,  Dever Blz.179, 190-192,  Hadley Blz.34-35,  Kosnik Blz.7,  Smith Blz.172-173, 176,,  Stavrakopoulou Blz.378-379,  Stavrakopoulou/Barton Blz.39, 42, 143,  Godsbless.ing,  Mechon-Mamre.org Jeremia 44:15 e.v.,  RealBible.tech,  YouTube - Esoterica - Justin Sledge,  Wikipedia:  Astarte,  Asjera  en  Maria Koningin der Hemelen).



Hokmah / Sophia / Wijsheid
Hokmah is het Hebreewse woord voor Wijsheid, in het Grieks Sophia. We komen Haar tegen als een vrouwelijke Goddelijkheid in de Tenach, geschreven met een hoofdletter zoals: 'Ik', 'Zij' en 'Haar' in het boek Spreuken 1:20-33. In het boek Spreuken 8:22-31 lezen we zelfs dat Zij er al was voordat Jahweh/El aan de schepping begonnen was. Het is onduidelijk of deze Godin der Wijsheid nu een dochter van God is of Zijn partner, aangezien de aanduiding dat God Haar vanaf den beginne 'bezat' eerder in de richting van een (sexuele) partner wijst dan naar een kind, die in Gods aan­wezig­heid speelde nog voordat er ook maar iets geschapen was (hoe en waarmee speelde ze dan?).
De dynamiek tussen de God Jahweh en Zijn partner de Godin Wijsheid, aangeduid met dat Hij haar 'bezat' nog voor de schepping, kan het begin zijn geweest van het proces van de schepping. Deze Wijsheids Godin is geboren en gezalfd uit de eeuwigheid, Ze was er een eeuwigheid voor de schepping en was erbij toen Hij aan de schepping begon, lezen we in het boek Spreuken 8:22-31. Dus dan spreken we over een eeuwenoude Godin der Wijsheid.
Het woord 'amon' dat in boven­ge­noemde Bijbelvertaling met 'kind' vertaald word kan ook 'moeder', 'voedster', 'werkmeesteres' betekenen. De Nieuwe Bijbelvertaling van het NBG vertaald in plaats van 'kind' hier 'lieveling'  (zie NBG Spreuken 8:30) en in deze vijf Bijbel­ver­ta­lin­gen van Spreuken 8 vers 30 lezen we ook vertalingen zoals 'werkmeesteres' en 'kunstenares'.
We kunnen deze Godin der Wijsheid dus ook als de vrouwelijke partner van God zien die samen met Haar partner de God Jahweh/El de wereld geschapen heeft.
In het boek Spreuken 3:18 wordt de Wijsheid in verband gebracht met de 'boom des Levens'.
In het scheppingsverhaal in het boek Genesis 1:26 lezen we dat de mens geschapen werd door meervoudige Goden: laten WIJ mensen scheppen naar ONS beeld, naar ONZE gelijkenis. Aangezien de mensen als mannen en vrouwen geschapen werden, zou met dit WIJ en ONZE gelijkenis een God en een Godin bedoeld kunnen worden. Vaak wanneer men in het boek Genesis 'God' schrijft, word het meervoud van El (= God) gebruikt: Elohim (אלהים = Goden); mogelijk bedoeld men hier de God El en de Godin Elat, in boven­ge­noemde teksten de Wijsheidsgodin zonder naam.
We hebben hier dus aanwijzingen voor het bestaan van een Godin als partner van Jahweh/El, geassocieerd met Wijsheid, de Boom des Levens, mede schepster en Moeder­godin der mensheid. Zouden dit verwijzingen naar de Godin Asherah kunnen zijn? De Godin Asherah is de moeder der Goden, word gerepresenteerd door een boom en word tevens afgebeeld als een vrouw-figuur die haar borsten ondersteund met haar handen; een voedende, levensbrengende moedergodin; een boom des levens...
Er is slechts één klein probleempje met de associatie van de Godin der Wijsheid met de Godin Asherah; we vinden nergens een associatie van de Godin Asherah/Elat met wijsheid...
Doch beide Godinnen zijn een partner van Jahweh, zijn moedergodinnen, worden geassocieerd met een boom, waarbij de Godin Asherah van oudsher als partner van de God Jahweh bekend is. Dus óf Jahweh had twee Godinnen als partner, of het gaat hier om dezelfde Godin...
 (Geraadpleegde bronnen:  vd.Bosch Blz.138, 399,  Day Blz.66-67,  Dever Blz.263, 301,  Hadley Blz.40,  Montijo Blz.5-9, 26,  Patai Blz.98,  Penchansky Blz.81-84,  Smith Blz.90, 172-173, 176,,  Wiggins Blz.280,  Abarim-publications.com - Amon,  JWA.org  en Wikipedia:  Chokmah,  Elohim)



Asherah's eredienst
Zoals we tot nu hebben gezien werd de Godin Asherah in de Tempel van Jeruzalem vereerd werd met een houten paal, mogelijk in de vorm van een gestyleerde boom, en waar­schijn­lijk ook met een beeld en een altaar. De vele gevonden beeldjes laten zien dat de Godin Asherah ook bij de mensen thuis bij een huisaltaar vereerd werd. De Godin Asherah werd tevens op heuvels vereerd op open plekken bij heilige bomen. Men bracht plengoffers en reukoffers aan de Godin Asherah en men maakte offerkoeken die de Godin Asherah representeerden.
In de tempel was er een speciale ruimte waarin men kleden van linnen voor de Godin Asherah weefde. In tempel verbleven tevens diverse aan de Godin Asherah gewijde mensen die haar cultus onderhielden. Men raad­pleegde de Godin Asherah met een niet nader omschreven boom-orakel. De Godin Asherah was een essentieël onderdeel van de eredienst in de tempel rond het godenpaar Jahweh en Asherah.
 (Geraadpleegde bronnen:  Becking & Dijkstra Blz.45-46,  Day Blz.53-56,  Dever Blz.215-216,  Hadley Blz.34, 71-72,  Hosea 4:12,  Jeremia 17:2,  44:15-17,  JWA.org,  WebmaidensGrimoire.blogspot.com  YouTube:  Emory University - Prof. W.G. Dever)

Tempelprostitutie?
Men brengt wel mannelijke tempelprostitutie in verband met de eredienst rond de Godin Asherah  (zie 2 Koningen 23:7). Doch de vertaling van 'qedeshîm' met 'tempelprostitutie' en 'schandknapen' is dubieus. We zien hier dan ook verschillen in de diverse Bijbelvertalingen. De Statenvertaling vertaald hier 'schand­knapen', de Lutherse vertaling geeft 'hoerreerders', de Leidsche vertaling geeft 'gewijde mannen', professor Obbink geeft 'aan ontucht gewijden', de vertaling van Petrus Canisius geeft 'verminkten' en de nieuwe vertalingen van het N.B.G. geeft hier 'aan ontucht gewijde mannen'.
'Qedeshîm' is Hebreeuws voor 'apart zetten, wijden' in meer­vouds­vorm. Men kan deze passage beter vertalen met 'Hij brak de verblijven af van de toegewijden in het huis des Heren, waar de vrouwen kleden voor Asherah weefden'  (2 Koningen hoofdstuk 23 vers 7).
Het enige wat we kunnen concluderen uit deze Bijbeltekst is dat er 'functionarissen toegewijd aan de tempeldienst' waren, gerelateerd aan de eredienst rond de Godin Asherah, wat blijkbaar niet in goede aarde viel.
Er is geen etymologisch, cultureel of historisch bewijs voor tempel­pros­ti­tu­tie rond de eredienst van de Godin Asherah of andere goden uit de oudheid. Dit is uitsluitend gebaseerd op vooroordelen uit het (verre) verleden tot op heden en wat de Tenach betreft uitsluitend op de vertaling van het Hebreeuwse 'qedeshîm'. Deze 'tempelprostitutie' interpretatie wordt ontkracht door het totaal ontbreken van archeologisch bewijs; in geen enkele oude tekst van deze oude culturen vind men ook maar iets over tempelprostitutie.
Het taalgebruik in de Tenach maakt gebruik van huwe­lijks­beeld­spraak tussen God en het volk  (Bijv: Jeremia 31:31-32, Jesaja 61:10, 62:4, Hosea 2:18). Het eren van andere Goden en Godinnen word daarom elders als hoererij en overspel benoemd  (Bijv: Jeremia 3:6 en 3:14-20).
De hier genoemde hoererij en overspel hebben dan ook niets met sex van doen maar met het vereren van andere Goden en Godinnen. Dat andere religie's zedenloos zouden zijn is dus onzin en niet meer dan ongefundeerde polemische retoriek.
 (Geraadpleegde bronnen:  Barker 2012 Blz.43,  vd.Bosch Blz.21, Blz.126 noot 146,  Budin Blz.43,  Dever Blz.216-217,  Frymer-Kensky Blz.200-202,  Kosnik Blz.50,  Stavrakopoulou Blz.183-184, 198-199, Blz.526 noot 2,  Wiggins Blz.134-137,  Bijbel in 6 vertalingen,   Bijbel in 5 online ver­ta­lin­gen,  Godin-Brigid.nl - Heilig Huwelijk,  Paganpraat.nl  en  Wikipedia)



Tot slot
De Godin Asherah / Elat blijkt de vrouw te zijn van de God Jahweh / El; dit Godenpaar (Elohim) heeft de wereld en de mensheid geschapen naar hun beeld, naar hun gelijkenis. Dit Godenpaar werd al in voor-Bijbelse tijden vereerd in o.a. Ugarith, Sumerië, Mesopotamië en Kanaän. In de Tenach komen we nog meer Goden en Godinnen tegen, zoals de God Dagon, de God Merodach (Marduk), de God Kemos, de God Milkom, de God Baäl en de Godin Astarte.
Het oude Jodendom zoals we dat leren kennen in de Tenach was dus eerder een monolatrie / henotheistisch dan mono­theistisch  (zoals in Genesis 31:53,  Exodus 12:12,  15:11,  18:11,  23:32,  Deuteronomium 32:12,  Jozua 24:2,  Jeremia 11:13,  1 Koningen 11:33  en  Psalm 82:1).
Voor de verering van een Moedergodin in de vorm van de Godin Asherah, de Wijsheidsgodin en de Koningin der Hemelen zijn vele sporen in de Tenach te vinden, wat tevens door archeologische vondsten bevestigd wordt.
De verering van deze Moedergodin gaat tot op heden nog door! Haar verering wordt voortgezet met de verering van de Christelijke Koningin der Hemelen: Maria; de Moeder Gods.
 (Geraadpleegde bronnen:  Becking & Dijkstra Blz.59, 65, 69,  Day Blz.131,  Penchansky Blz.86-92,  Smith Blz.48-49, 149,  YouTube:  Esoterica - Justin Sledge - Asherah  en  Jahweh,  Wikipedia - Maria Koningin der Hemelen).

210
Martin Roek      




Moedergodin Maria

Geschreven door Martin Roek - Update op 20 maart 2026

Maria wordt in de Bijbel nog de Moeder van Jezus genoemd doch sinds het jaar 431 staat ze ook bekend als de Moeder van God. Maria is een Moedergodin die geheel in de geest van de brief van Paus Greogorius uit de zesde eeuw lokale Godinnen en tradities in zichzelf opgenomen heeft. In een Bijbelboek uit de zesde eeuw voor nul komen we al de verering van een Koningin der Hemelen tegen; waar de profeet Jeremia (44:15) sterk op tegen was. Met Maria is deze eredienst toch weer gecon­ti­nu­eerd! Tijd voor een artikeltje over de Moedergodin Maria!